Waterschap Brabantse Delta · klimaatvoetafdruk
Hoe staan we ervoor?
De jaarlijkse CBS-/Unie-uitvraag "Energie onder één noemer", per verslagjaar en per parameter. De voetafdruk wordt voor ~90 % bepaald door lachgas en methaan uit de zuiveringen; energie is dankzij groene stroom al bijna neutraal. Log in om handmatige velden in te vullen.
Analyse · trends & benchmark
Trends & analyse
Twee invalshoeken op dezelfde cijfers: hoe de voetafdruk zich door de tijd ontwikkelt (tegen de doellijn naar klimaatneutraal), en hoe de RWZI's zich onderling verhouden in energie-intensiteit, eigen opwek en zuiveringsrendement (Z-info, 2024).
Voetafdruk-trend vs. het tempo dat nodig is
Lineaire trend over de vastgestelde jaren 2021–2024 · doeljaar klimaatneutraal 2035.
De totale voetafdruk verandert met gemiddeld -561 t/jaar (-1,6%/jr). Om in 2035 op netto nul te staan is vanaf 2024 een daling van 3.095 t/jaar (9,1%/jr) nodig — ruim 6× sneller dan nu.
De voetafdruk is al jaren vrijwel vlak; de winst op energie (groene stroom) wordt opgegeten doordat de proces-emissies niet dalen. Lachgas stijgt zelfs licht terwijl het sectordoel een halvering vraagt — dáár zit de opgave, niet in energie.
Verschuift de samenstelling? (aandeel per jaar)
Elke kolom is genormaliseerd op 100 % · beweeg over een segment voor het exacte aandeel.
Lachgas en methaan vormen samen consequent ~90 % van de voetafdruk. Het aandeel energie/transport/materialen is klein én daalt — wat bevestigt dat de resterende opgave vrijwel volledig in de proces-broeikasgassen zit.
RWZI-benchmark · 2024
Wie zuivert het zuinigst, wie wekt het meest zelf op, en waar zit de spreiding? Gemeten per installatie uit Z-info.
Energie-intensiteit per RWZI (kWh per kg verwijderd stikstof — lager is beter)
De zuinigste en de meest energie-intensieve zuivering kunnen een factor verschillen. Verschillen komen door schaal, beluchtingsregeling, influentsterkte en de mate van vergisting/eigen opwek.
Concentratie van het elektraverbruik (Pareto)
De cumulatieve lijn laat zien hoe sterk het verbruik geconcentreerd is bij een handvol grote RWZI's — daar zit ook de meeste besparings- en opwek-hefboom.
Waar loont inzet eerst? (totaal elektraverbruik × energie-intensiteit)
Niet de zuinigste óf de grootste RWZI telt, maar de combinatie. De mediaanlijnen splitsen het veld; rechtsboven = grootste hefboom. Scroll/sleep om in te zoomen op de cluster linksonder.
De twee grootste zuiveringen dragen samen 70% van het ingekochte elektraverbruik.Daarom staan de grootste plants — ook al is hun energie-intensiteit redelijk — bovenaan de hefboomlijst: het reductiepotentieel tot best-in-class is daar in absolute kWh verreweg het grootst. Verbruik = ingekochte elektra (kWh/jr, Z-info); intensiteit = kWh per kg verwijderd stikstof.
Spreiding zuiveringsrendement
Verdeling van het stikstof-verwijderingsrendement over de RWZI's. Uitschieters naar links zijn kandidaten voor procesoptimalisatie.
Eigen opwek (WKK) per RWZI (% van ingekochte elektra)
Zuiveringen met slibvergisting wekken via de WKK een deel van hun stroom zelf op. Bij sommige loopt dit ver op; veel kleinere locaties hebben geen vergisting (geen WKK).
Schaalt energie met de stikstofvracht?
Elke stip is een RWZI. De stippellijn is de trend; R² geeft aan hoe sterk het verband is. Punten boven de lijn verbruiken meer energie dan hun vracht doet verwachten — interessante benchmark-uitschieters.