R&D-lab Verken de modellen ↗

Onderzoek · meten en verbeteren

Hoe echt kan
een model worden?

Dezelfde foto’s. Dezelfde ongebruikte testbeelden. We vergelijken splats, fotogrammetrie en gepubliceerde methoden — en laten zien wat onze verbeterproeven werkelijk opleveren.

01 · Hier gemeten

Elke ingreep afzonderlijk.

Een streepje betekent dat de proef nog geen geverifieerde uitslag heeft.

Eigen proeven · dezelfde 32 testbeelden · 30.000 trainingsstappen voor splats
MethodePSNR ↑SSIM ↑LPIPS-VGG ↓ΔPSNR vs basisProefduurStatus

De beste waarde per maat krijgt een accent. Dit zijn beeldscores, geen bewijs van meetnauwkeurigheid in centimeters.

03 · De meetlat uitgelegd

Drie manieren om naar hetzelfde beeld te kijken.

Geen van deze scores is een kwaliteitspercentage. Samen laten ze zien waar kleur, structuur en herkenbaar detail afwijken.

PSNR ↑

Pixel voor pixel.

Peak Signal-to-Noise Ratio

Vergelijkt de kleuren van foto en render op elke pixel. De gemiddelde gekwadrateerde fout wordt uitgedrukt op een logaritmische schaal in decibel. Hoger is beter.

+3 dB komt voor één beeld ongeveer overeen met een halvering van die kwadratische fout. Het zegt niet dat een model “3% beter” is.

Hoe rekenen we?

Voor RGB-waarden tussen 0 en 1: PSNR = 10 · log₁₀(1 / MSE). We berekenen PSNR per testfoto en middelen daarna de 32 scores. Daarom geeft 10^(−ΔPSNR / 10) de verhouding tussen geometrische gemiddelden van de kwadratische pixelfout (MSE) per foto, niet de gepoolde fout over alle pixels. Een percentage in de matrix gaat uitsluitend over die fout. Camera, belichting en uitlijning beïnvloeden de uitkomst.

Definitie en implementatie ↗
SSIM ↑

Vorm en contrast.

Structural Similarity Index Measure

Vergelijkt lokale helderheid, contrast en structuur. Zo telt ook mee of randen en patronen op elkaar lijken. Hoger is beter; identieke beelden scoren 1.

0,89 betekent niet “89% correct”. Venstergrootte, kleurbehandeling en implementatie kunnen het cijfer veranderen.

Hoe rekenen we?

Onze onafhankelijke scorer gebruikt scikit-image met RGB-kanalen, 8-bits beelden en een waardebereik van 255. De nvs-bench-referenties gebruiken TorchMetrics. Daarom behandelen we hun SSIM niet als exact dezelfde meetlat.

Oorspronkelijk SSIM-onderzoek ↗
LPIPS ↓

Wat het oog herkent.

Learned Perceptual Image Patch Similarity

Vergelijkt aangeleerde beeldkenmerken uit een neuraal netwerk. Dat helpt om verschillen in herkenbare vormen en textuur te beoordelen. Lager is beter.

0,1055 is op deze maat beter dan 0,1550. Het verschil is geen percentage en geen afstand in de echte wereld.

Hoe rekenen we?

We gebruiken LPIPS met het VGG-netwerk. AlexNet- en VGG-varianten zijn niet onderling uitwisselbaar. De score wordt per volledig testbeeld berekend en daarna gemiddeld. De matrix toont ook het verschil in score met één gekozen eigen model: een negatief verschil betekent een lagere LPIPS-score. Dat verschil is geen percentage perceptuele kwaliteit.

Officiële LPIPS-code en uitleg ↗

Een mooi beeld kan een onnauwkeurige vorm verbergen. Voor geometrie zijn afzonderlijke tests met controlepunten, afstanden en oppervlakken nodig.

04 · Onderzoeksagenda

Twee richtingen voor splats.

Een scène per keer verbeteren, of een netwerk leren om scènes te reconstrueren. We toetsen nieuwe ideeën eerst op kleine voorbeelden en daarna op ongebruikte foto's.

Eigen ideeën die we eerst op kleine voorbeelden willen weerleggen

Een mathematisch aannemelijk idee is nog geen werkende verbetering. Nieuwheid vereist daarnaast gericht literatuuronderzoek. We leggen vooraf vast welke uitkomst een volgende proef rechtvaardigt.

Bronnen, meetprotocol en grenzen van de vergelijking