Dit is precies wat de predict-engine binnenkrijgt: elke dP-familie is een control%→waarde-snede (40 dP-sleutels, mbar), voor debiet (nq) en vermogen (np). We tonen de monotone_cubic_spline-interpolatie van de engine voor vs na de Fritsch-Carlson-fix. Vóór de fix draaide de monotoniciteits-limiter als dode code en schoot de spline over zijn eigen opgeslagen knopen heen; ná de fix blijft elk geïnterpoleerd punt binnen de knopen. Voor WBD betekent dit dat de uitgerolde curve geen niet-fysische over-/onderschot meer produceert in dunbezette hoge-dP-families.
nq: 14 → 0 doorschot-punten — na aansluiten van de Fritsch-Carlson-limiter verlaat geen enkel debietpunt meer het knoopbereik.
np: 64 → 0 doorschot-punten — idem voor vermogen; het ergst bij dunbezette hoge-dP-families.
Beperking — de fix raakt alleen de interpolatie tussen knopen, niet de knopen zelf; dunbezette hoge-dP-families blijven de gevoeligste plek.
Data & methode
De curvefamilies komen uit de meetmatrix van de KSB Calio 40-80 op de RevPi181033 pilot-opstelling (2026-06-24).[1] Elke dP-familie is een control%→waarde-snede over 40 dP-sleutels (mbar); stippen zijn opgeslagen knopen, lijnen zijn de monotone_cubic_spline-interpolatie van de predict-engine, getoond vóór vs ná de Fritsch-Carlson-fix.[2] Scrollwiel = zoom · slepen = pannen · hover = punt.
Resultaten
spline:
dP-familiekleur → druk (mbar)
Bedieningspaneel en dP-kleurlegenda voor de twee grafieken hieronder. Schakel tussen "voor vs na", "na fix", "voor fix" en "alleen knopen"; de familiekleur codeert de dP (mbar). Databron: meetmatrix KSB Calio 40-80 (RevPi181033, 2026-06-24).
nq — debiet (m³/h) vs control %, één lijn per dP-sleutel
Debiet-curvefamilies (nq): elke lijn is één dP-sleutel, control% op de x-as. Stippen = opgeslagen knopen, lijn = spline-interpolatie. Vóór de fix (gestippeld) verlaten 14 monsterpunten het knoopbereik; ná de fix (doorgetrokken) 0 — geen doorschot meer.
np — vermogen (W) vs control %, één lijn per dP-sleutel
Vermogen-curvefamilies (np): zelfde opzet als nq. Hier is het doorschot vóór de fix het grootst — 64 punten verlaten het knoopbereik, ná de fix 0. Het ergst in dunbezette hoge-dP-families (rood).
Voor vs na de fix. Beide lijnen zijn hetzelfde monotone_cubic_spline-type dat de predictor gebruikt — het enige verschil is de code. Voor (gestippeld) draaide de Fritsch-Carlson-limiter als dode code, dus gedroeg hij zich als een gewone kubische Hermite en schoot hij over zijn eigen knopen heen (14 monsterpunten verlaten het knoopbereik bij nq, 64 bij np — het ergst bij dunbezette hoge-dP-families). Na (doorgetrokken) is de limiter aangesloten: 0 keer doorschot op beide grafieken — elk geïnterpoleerd punt blijft binnen de opgeslagen knopen. Zoom in op een rode (hoge-dP) familie om dit duidelijk te zien. Kleur = dP volgens de legenda hierboven.