Waterschap Brabantse Delta · R&D-lab · research-artifact

Kandidaat-regelafsluiters RWZI Dongemond — fabriekscurves vs gemeten

R&D-lab gemeten 1 jaar @5min historian versie 1.1 gereviewd
Welke regelafsluiter past het best bij de beluchting van RWZI Dongemond, en levert een klepwissel blowerenergie op? De kandidaten verschillen in DN-maat (125–500), ΔP-bereik en referentieconditie, dus absolute debieten zijn niet 1-op-1 vergelijkbaar. Door elke fabriekscurve te delen door zijn debiet bij 100% slag ontstaat de inherente karakteristiek-vorm (regelkwaliteit) — precies waarop kleptypes onderling te beoordelen zijn.[6] De gemeten installed-curve (de 12 geïnstalleerde WECO-kleppen onder Binder MOV-regeling, 1 jaar Z-info historian @5min) ligt er als referentie overheen, en de businesscase wordt getoetst aan engineering-literatuur.[3] Zo kan WBD onderbouwd een regelafsluiter kiezen en de terugverdientijd inschatten.

Inherente karakteristiek-vorm (elk debiet als % van datzelfde klep bij 100% open)

drukval ΔP: referentiecurves: gemeten band:
Wat zie jeDe Y-as toont per klep het debiet als percentage van datzelfde debiet bij 100% open (100% open = 100%). Zo vergelijk je de pure regelvorm los van DN-maat en dichtheid: bij 50% slag betekent 40% dat de klep daar 40% van zijn maximale debiet doorlaat.
Hoe lezenBol omhoog (equal-%) = fijne regeling bij lage luchtvraag (klein debiet per slagstap onderin). Recht = lineair. Bol omlaag (quick-open) = grof; veel debiet al bij kleine opening.
Let opDe grijze band is het gemeten gedrag van de 12 geïnstalleerde kleppen en is geen fabriekscurve: een fabriekscurve is de inherente karakteristiek (constante ΔP over de klep, testbank), de band is de installed karakteristiek (de ΔP over de klep loopt terug zodra het debiet stijgt, omdat leiding en beluchtingselementen een groter deel van de druk opeisen). Dat verschil, niet het kleptype, verklaart waarom de band veel rechter loopt dan elke equal-%-curve: geïnstalleerd geldt d(lnQ)/dslag = klepautoriteit × d(lnKv)/dslag. Lees de band dus als context, niet als een curve om de kandidaten tegen af te meten — de eerlijke vergelijking is de installed curve van elke kandidaat, en die rekenen we uit zodra de ζ-curves binnen zijn.

Gain dQ/dslag (genormaliseerd, per % slag)

Wat zie jeDe helling van de genormaliseerde vorm: hoeveel het debiet verandert per procent slag.
Hoe lezenLaag + vlak bij kleine slag → fijnregeling (gewenst). Een piek die naar hoge slag schuift = equal-%-gedrag. Hoge gain al bij kleine slag = grof/quick-open (lastig nauwkeurig regelen).

Absolute fabriekscurve (zoals gedigitaliseerd)

kandidaat: ΔP:
Wat zie jeHet werkelijke debiet (Nm³/h) vs slag van één kandidaat, met een aparte curve per drukval ΔP.
Hoe lezenHogere ΔP → hogere curve (meer debiet bij gelijke slag). Zo zie je de drukafhankelijkheid van de capaciteit.

3.1 · 3D-oppervlak — debiet vs slag vs drukval

kandidaat: sleep om te draaien · scroll om te zoomen
Wat zie jeHet volledige fabrieksvlak: debiet (hoogte) als functie van klepstand (naar rechts) én drukval ΔP (naar achteren). Eén oogopslag: hoeveel debiet een klep doorlaat bij elke combinatie van stand en druk.
InteractieSleep met de muis om het oppervlak vrij te draaien, scroll om in/uit te zoomen, dubbelklik om terug te zetten. Beweeg over het vlak voor de exacte waarden.

3.2 · Werkpunten — uren/jaar over slag × debiet (gemeten installed klep)

klep:
Wat zie jeWaar de klep in een jaar zijn tijd doorbrengt: per cel het aantal draaiuren bij die combinatie van klepstand (x) en luchtdebiet (y). Feller = meer uren. Dit is de werkelijke benutting uit de historian.

3.3 · Uren per klepstand (gemeten, per jaar)

Wat zie jeHet aantal draaiuren per jaar bij elke klepstand. Toont de meest gebruikte standen en hoeveel tijd de klep (bijna) dicht of vol open staat.

Regelkwaliteit per kandidaat (bij geselecteerde ΔP)

Regelkwaliteit per kandidaat bij de geselecteerde ΔP: capaciteit (debiet @100% slag), turndown, gain bij 50% en 90% slag, en het afgeleide karakter (equal-% / lineair / quick-open).
KandidaatDNΔPdebiet @100% turndowngain @50% slaggain @90% slagkarakter
turndowndebiet@100% ÷ kleinste debiet over de slag (bij deze ΔP) — hoe ver je kunt terugregelen.
karaktero.b.v. waar de gain piekt: stijgend naar hoge slag = equal-%; vlak = lineair; hoog bij lage slag = quick-open.

Sizing — capaciteit vs gevraagde flow (Nm³/h, DIN 1343)

De klep-capaciteit (bepaald door DN) moet de gevraagde flow-range dekken én de werkstand in een gezonde band houden. Kandidaat-curves staan al in Nm³/h DIN 1343; de gemeten gevraagde flows (FQIR, m³/h bij vaste 20 °C) zijn naar DIN herrekend (× ).

AT-positie (vraag): ΔP:
Wat zie jeGekleurde lijnen = capaciteit (Nm³/h DIN) van elke kandidaat vs slag bij de gekozen ΔP. De horizontale markeringen zijn de werkelijk gevraagde luchtflows op de gekozen AT-positie over 1 jaar.
Vraag-niveausgrijze band = p05–p95 (het debiet ligt 90% van het jaar binnen deze band) · — — p95 (slechts 5% van het jaar hoger) · ····· max (hoogste piek in het jaar).
Hoe lezenWaar een kandidaat-curve een vraag-niveau kruist = de slag die de klep daar nodig heeft. Curve blijft onder een niveau → te klein. Niveau al bij <~35% slag bereikt → te groot (regelt bijna dicht, grof).
Sizing-oordeel per kandidaat: capaciteit bij 100% slag en de slag die nodig is voor de gevraagde p50/p95/max-flow. Passend als p95 rond 60–85% slag valt.
Kandidaatcap. @100% slagslag voor p50 slag voor p95slag voor maxsizing-oordeel
vuistregelpassend als p95 rond 60–85% slag valt (marge naar boven + regelbereik naar onder). <35% = overgedimensioneerd; p95 onbereikbaar = ondergedimensioneerd.

Alternatieve kleppen — regelgedrag & drukverlies (indicatief)

De huidige klep is een WECO Armaturen GmbH V-poort mesafsluiter (knife-gate met V-poort) DN125, PS 7 bar — bevestigd via typeplaat en foto's. WECO publiceert geen Kv, ζ of curve, en er is geen bankmeting van deze klep. Er staat daarom nergens op deze pagina een regelcurve van de huidige klep; een eerdere versie leende daarvoor een curve van een andere fabrikant, en die aanname is verwijderd. Wat blijft is één getal: het veronderstelde knijpverlies waarmee de businesscase een nulpunt heeft (6c/6e, expliciet gemarkeerd). Voor de generieke kleptypes (vlinderklep, lineair) zijn de inherente regelkarakteristieken uit de regeltechniek gebruikt, plus een drukverlies-schatting op basis van Kvs-kentallen, ter ordening naast de gemeten en gedigitaliseerde kleppen.

6a · Regelgedrag — inherente vormen

Wat zie jeDe regelvorm (debiet als % van vol open) per kleptype. JCV/EDCV/Egger zijn de gedigitaliseerde curves; de vlinderklep is de gemeten Cv-curve uit de literatuur. De huidige klep staat hier niet: daarvan bestaat geen gepubliceerde of gemeten curve.
Bron per type
ConclusieDe vlinderklep is plat onderin en stijgt dan steil (50–80°): bij lage vraag bijna geen regeling, daarboven schiet het debiet weg → grof, moet ver knijpen. JCV/EDCV/Egger openen geleidelijk (fijne low-flow-regeling). Waar de huidige klep in die volgorde staat is onbekend zolang WECO geen curve levert.

6b · Capaciteit — drukverlies bij vol open vs debiet (uit gedigitaliseerde data)

markeer vraag van positie:
Wat zie jeHet drukverlies bij een volledig geopende klep vs debiet, met de effectieve Kv uit de gedigitaliseerde curves (= capaciteit / debiet per drukval). Verticale lijnen = gevraagde p95 en max van de gekozen positie.
Hoe lezenLager = meer capaciteit. JCV DN500 en Egger DN300 liggen het laagst (meeste debiet per ΔP, "oversized"), de kleine DN125-maten het hoogst. Let op: dit is vol open — het is de capaciteitsgrens, niet de regelkost.
Let opDe energie-/regelkost zit in het knijpen om te regelen (zie 6c), niet hier. Een klep met veel capaciteit moet voor fijne regeling juist niet té groot zijn, anders staat hij continu bijna dicht.

6c · Businesscase — blowerenergie (ΔP → kW → €/jaar · SYSTEEMBREED, alle kleppen samen)

VERONDERSTELD nulpunt. Elk bedrag hieronder is een verschil ten opzichte van de huidige klep, en het knijpverlies van die huidige klep is een aanname (16 mbar) — WECO publiceert geen curve en de klep is niet gemeten. Zonder dat nulpunt is er geen euro-vergelijking; mét die aanname zijn de bedragen bruikbaar om kandidaten onderling te rangschikken, maar niet als absolute besparing te boeken. Ook het knijpverlies per kandidaat (8–45 mbar) is een richting-indicatie, geen meting; alleen het baseline-blowerverbruik en de urenverdeling zijn gemeten.
Systeembrede blower-businesscase: verschil in blowerenergie per geschikte kandidaat t.o.v. de huidige klep (baseline), in €/jaar. Groen = besparing, rood = meerkost.
energieprijs: vuistregel:
KleptypeknijpverlieswerkstandΔ ΔP vs huidig Δ kWΔ MWh/jaar€/jaar vs huidige klep

Wat zie jePer geschikte kandidaat het verschil in blower-energie t.o.v. de huidige klep (baseline). Groen/negatief = besparing, rood/positief = meerkost per jaar.
ScopeSysteembreed, niet per klep. Eén gedeelde header met MOV-regeling: de meest-vragende klep zet de headerdruk en díe extra knijp-ΔP betaalt álle blowerlucht. De bedragen gelden voor de hele beluchting (alle 12 kleppen, 4 blowers) per jaar.
Rekenwijzebaseline blowerverbruik (gemeten) · vuistregel · €/jaar = baseline × (Δ ΔP / 50 mbar) × regel% × prijs (€0,25/kWh).
UitkomstDe Binder EDCV is zuiniger dan de huidige klep → verdient blowerenergie terug. De Egger heeft minder capaciteit → kost meer. VACOMASS (overgedimensioneerd) en vlinderklep (te klein regelbereik) vallen af en staan niet in de businesscase. Knijpverlies is indicatief; ordening volgt regeltechniek + capaciteit.

6d · Regelbaarheid — waarom de vlinderklep afvalt

Mechanisme. Een klep kan alleen stabiel regelen binnen zijn rangeability (max/min regelbaar debiet). Zakt de gevraagde flow onder de regelbare ondergrens, dan kan de regelaar niet stilhouden en gaat hij limit-cyclen = continu open/dicht. Bij een vlinderklep stort de rangeability in tot ~3:1 als hij (over)gedimensioneerd is, en de gain varieert ×15 over de slag (Valin/Fisher) — onbruikbaar onder ~10–20% opening. Gevraagde turndown: historian-data; rangeability per type: datasheet en handboek.
Wat zie jePer kleptype het effectieve regelbereik (rangeability, log-as) als balk, met de werkelijk gevraagde turndown (mediaan en zwaarste AT-positie) als verticale lijnen. Reikt de balk niet tot de lijn → de klep kan de lage vraag niet volgen.
UitkomstVlinderklep (3:1) valt af: haalt de gevraagde turndown niet → bij lage vraag aan/uit. JCV (1:100) en EDCV/Egger (~50:1) reiken er ruim overheen. De huidige klep staat er niet bij — zonder curve van WECO is zijn rangeability onbekend.
Bedrijfsdata

6e · Businesscase per klep — €/jaar per AT-tank (gewogen op de gemeten draaiuren × debiet per tank)

Zelfde veronderstelde nulpunt als 6c. De systeembrede businesscase (6c) verdeelt het effect hier over de 12 afzonderlijke regelkleppen. Elke klep krijgt een aandeel van de blowerenergie op basis van zijn werkelijke jaardoorzet = Σ(debiet × draaiuren) uit de historian (heatmap §3.2). Dezelfde knijpverlies-Δ per kleptype als in 6c, maar nu vermenigvuldigd met dat aandeel — zo zie je op welke tank een klepkeuze het meeste oplevert. De som over alle kleppen is gelijk aan het systeembrede bedrag (6c).
Wat zie jePer klep het verschil in blowerenergie t.o.v. de huidige klep, in €/jaar: groen = besparing (Binder), rood = meerkost (Egger). Gesorteerd op energie-aandeel — de tanks bovenaan hebben het meeste op het spel.
Waarom verschilt het per tankDe diepe compartimenten (C5-6) draaien ~100% van het jaar op hoog debiet → grote jaardoorzet → daar telt een efficiëntere klep het zwaarst. Kop-compartimenten (C3) draaien weinig uren → klein effect, ook al is de klep identiek.
Businesscase per klep: de systeembrede besparing/meerkost verdeeld over de 12 afzonderlijke regelkleppen, gewogen op de gemeten jaardoorzet (Σ debiet × draaiuren) per AT-tank.
Klep (AT-tank)draaiuren/jrgem. debietaandeel blowerenergie Binder €/jrEgger €/jrgrootste hefboom
draaiuren/jruren dat de klep open stond (slag ≥ 5%), uit de historian.
aandeeldeel van de totale beluchtings­doorzet (Σ debiet × uren) dat via deze klep gaat — de verdeelsleutel van de blowerenergie.
Uitkomst

Toetsing aan engineering-literatuur

Blowervermogen vs headerdruk.
Toetsing van de aannames aan engineering-literatuur en fysica: per grootheid de aanname, de literatuurwaarde, de bron en het oordeel.
GrootheidAannameLiteratuur / fysicaBronOordeel
BelangrijksteDe oorspronkelijke vuistregel 2% per 50 mbar bleek ~4–5× te laag; isentroop + publicatie geven ~9–10%. De businesscase (6c) staat nu standaard op 9% — schakelbaar. De ordening van de kleptypes (JCV best/zuinigst → vlinder slechtst/duurst) wordt door de bronnen bevestigd.
NuanceHet knijpverlies per type (8–45 mbar) blijft een richting-indicatie (geen meting); de capaciteit (Kv) is wél uit je eigen Excel-data, en rangeability/karakteristiek uit datasheets/handboeken.

Bronnen (engineering-literatuur)

Discussie, datakwaliteit & beperkingen

Uitgangspunten & onzekerheden. (1) De gedigitaliseerde kandidaten komen deels uit verschillende reken-condities; de vorm-normalisatie is daar ongevoelig voor, maar absolute massadebiet-vergelijking vraagt één Normaal-basis (alle bleken al DIN 1343). (2) Niet elke kandidaat heeft elke ΔP gedigitaliseerd (Egger DN300 & JCV DN500 alleen 1–2 mbar). (3) Sectie 6 is indicatief (regelkarakteristieken + Kvs-kentallen). (4) De gemeten curve is de installed Binder bij bedrijfs-ΔP, geen testbank-conditie.
Reproduceerbaarheid — de databronnen, digitalisaties en het rekenpad achter deze pagina.

Bronnen

  1. Z-info historian (WSR), gemeten SCADA — de 12 geïnstalleerde regelkleppen (WECO DN125) onder Binder MOV-regeling, RWZI Dongemond, 1 jaar @5 min; genormaliseerde installed-curve + werkpunten (uren/jaar over slag × debiet). gemeten 1 jaar @5min
  2. comparing valve calc.xlsx + Egger 403254 CURV-2a, eigen digitalisatie van de fabriekscurves (Binder EDCV DN125; Egger DN125/150/300; JCV/VACOMASS DN500; WEY V-notch DN300).
  3. Z-info kWh-tellers BBS.40EQ01/02/04/05CUM — baseline blowerverbruik (jaar, laatste−eerste). gemeten 1 jaar
  4. Binder VACOMASS jet datasheet R05 (bindergroup.info — BIDE-M-D-VACOMASS-EN-R05) en Binder EDCV/ECDV diafragma-karakteristiek.
  5. Egger Iris diaphragm control valve (eggerpumps.com — Egger_Iris_diaphragm_control_valve.pdf).
  6. Huidige klep = WECO Armaturen GmbH V-poort knife-gate DN125, PS 7 bar (typeplaat + foto's). WECO publiceert geen Kv/ζ/curve → geen regelcurve van de huidige klep in deze pagina; alleen een veronderstelde knijp-ΔP als nulpunt van 6c/6e.
  7. Fisher/Emerson Control Valve Handbook (5e) (emerson.com) en Valin — Control Valve Flow Characteristics / Rules of Thumb (valin.com) — inherente regelkarakteristieken, rangeability en gain-variatie.
  8. WaterWorld — blower discharge pressure vs power (≈10% per 50 mbar @ ~500 mbar discharge).
  9. US EPA — Energy Conservation / isentrope blowerarbeid (epa.gov energy_conservation_fact_sheet); exponent (k−1)/k = 0,283 (lucht k=1,4).
Data-vintage Z-info historian Binder MOV 1 jaar @5min · kWh-tellers BBS.40EQ01/02/04/05CUM 1 jaar · fabriekscurves eigen digitalisatie
Methode vorm-normalisatie (flow/flow@100%) van fabriekscurves vs gemeten installed-curve; sizing naar DIN 1343; blowerenergie ΔP→kW→€/jaar (isentroop ~9%/50 mbar)
Code & reproduceerbaarheid in dit bestand (view-source); extract_candidates.py → candidates-data.json; Plotly inline uit /artifacts/lib/
Contact R&D-lab · lab.wbd-rd.nl